EMERGING AFRICA

The Last Frontier

Monday, May 21st

Mango Capital: ‘Groei Afrika onomkeerbaar’

Marc Wesseling is oprichter en directeur van Mango Capital Fund, een Nederlands beleggingsfonds dat sinds 2006 in beursgenoteerde bedrijven in Afrika investeert. Het fonds heeft door de crisis een ‘wilde rit’ achter de rug met scherpe dalingen en stijgingen. De fondsbeheerder blijft onverminderd positief over de economische potentie van Afrika. ‘De voorwaarden voor een bloeiend bedrijfsleven in Afrika blijven verbeteren.’

 

Meer politieke stabiliteit, een sterk groeiende middenklasse, een betere markttoegang, alsmaar stijgende grondstofprijzen, toenemende buitenlandse investeringen, gezondere overheidsfinanciën, minder valutaschommelingen en beperkte inflatie. Marc Wesseling somt de redenen waarom Afrika de afgelopen tien jaar een sterke en stabiele economische groei van zo’n vijf procent liet zien, moeiteloos op. ‘Met steeds meer landen gaat het politiek en economisch gezien de goede kant op,’ verzekert hij. ‘Het gaat veelal met een hinkstapsprong maar de groei is onomkeerbaar. Dat uit zich steeds meer in een bloeiend bedrijfsleven en interessante investeringsmogelijkheden.’

Mango Capital was in 2006 het eerste Nederlandse fonds dat zich op frontier market Afrika (met uitzondering van het economisch al goed ontwikkelde Zuid-Afrika) ging richten. Voor de spreiding neemt het fonds ook een plukje Midden Oosten mee. Maar de hoofdmoot is Afrika waar Wesseling als zoon van een Shell-medewerker in diverse landen opgroeide. Na een rechtenstudie in Leiden werkte hij bij banken in Londen en New York. Maar zijn geboortegrond bleef lonken. Hij noemt Afrika een geweldige plek met een positieve bevolking, goede ontwikkelingen en een geweldig groeipotentieel, kortom een plek om te investeren. Daarbij is het continent volgens Wesseling veel meer gebaat dan bij ontwikkelingshulp. ‘Zomaar hulp bieden, werkt niet,’ verklaart hij. ‘Dat stimuleert niet, Afrikanen hebben er ook geen respect voor. Wil je Afrika bij de rest van de wereld trekken dan moet je er op gelijke voet zaken doen. Vijf jaar geleden stond ik bijna alleen met die opinie maar zo langzamerhand is het gelukkig gemeengoed aan het worden.’

Wesseling startte het Mango Capital Fund in de overtuiging dat Afrika een gunstige frontier market is om te investeren. Het kostte aanvankelijke de nodige moeite om ook klanten daarvan te overtuigen en het minimumbedrag van 100 duizend euro in te laten leggen. Maar gaandeweg stroomde het fonds vol, zeker toen in 2007 bijna 60 procent rendement werd gescoord. De financiële crisis van eind 2008 gooide echter roet in het eten. Hoewel veel Afrikaanse economieën nauwelijks geraakt werden door de westerse crisis en goed overeind bleven, trokken investeerders zich massaal terug uit de Afrikaanse aandelenbeurzen. Als fonds kreeg Mango bovendien te maken met wilde valutaschommelingen en vooral een gebrek aan liquiditeit. ‘We zaten te veel in kleine illiquide markten,’ licht Wesseling toe. ‘Enkelen van de 13 Afrikaanse aandelenbeurzen droogden eind 2008 helemaal op. Bepaalde aandelen bleken zelfs onverkoopbaar waardoor we diegene die in die tijd uit het fonds stapten, niet direct konden uitbetalen. We hebben dat opgelost met een aangepast uitbetalingsprogramma dat afhankelijk is van wanneer we deze fondsen weer goed konden of kunnen verkopen.’

Wesseling zag de crisis vooral als een leermoment. ‘Tegenwoordig vermijden we illiquide fondsen en dekken we ons in tegen eventuele valutaschommelingen. Sinds we dat doen, doet het fonds het veel beter. We hebben ons afgelopen jaar goed hersteld met een jaarrendement van 17%. De lastige periode lijkt achter de rug. ’

Niet dat alle markten inmiddels liquide zijn overigens. Dat blijft vooralsnog een van de grote knelpunten voor beleggers in Afrikaanse aandelen. In veel landen groeit de economie met meer dan vijf procent maar met uitzondering van de Zuid-Afrkaanse-, Nigeriaanse-, Keniaanse en Egyptische beurzen hebben Afrikaanse markten doorgaans nog steeds een te kleine omvang om er gemakkelijk aandelen te verhandelen. Ook al ontwikkelen landen als Ghana, Rwanda en Malawi zich razendsnel en beschikken die landen over aandelenbeurzen, het is vooralsnog lastig om er liquide aandelen te vinden.

Nigeria

Nigeria is een ander verhaal. Wesseling gelooft sterk in dat land. De door McKinsey voorspelde sterke opkomst van een Afrikaanse middenklasse en consumentenmarkt is in dat land al goed waarneembaar. ‘Nigeria is met meer dan 160 miljoen inwoners het Brazilië van Afrika,’ verklaart hij. ‘De economie wordt er steeds diverser. De jaarlijkse economische groei van meer dan 7 procent is al een tijdje niet meer alleen aan de oliewinning te danken. Sterker nog, de niet-oliegerelateerde economie groeit inmiddels harder dan de oliegerelateerde economie. Dat zegt veel. Nigeriaanse banken zijn, ook vanwege hun grote marktkapitalisatie, momenteel zeer interessant om in te beleggen. Maar ook andere sectoren zoals de landbouw, de bouw,  retail of brouwerijen hebben fraaie vooruitzichten.’

De toenemende consumptie geeft het bedrijfsleven in Nigeria maar ook in andere Afrikaanse landen volgens Wesseling een enorm groeipotentieel. ‘Er zijn veel bedrijven die enorm kunnen gaan profiteren van die ontwikkeling. We kennen genoeg goed geleide bedrijven waarvan de aandelen nu nog goedkoop zijn. Het is vooral de kunst om daartussen de liquide aandelen te vinden. In de bankensector maar ook in de grondstoffensector waarin we sinds kort ook beleggen, is dat vooralsnog gemakkelijker.’

Ghana en Angola

Mango volgt de ontwikkelingen van verschillende Afrikaanse landen op de voet. Een daarvan is Ghana, waar onlangs de exploratie van een enorm olieveld van start ging en de economie dit jaar waarschijnlijk met meer dan tien procent groeit. ‘In Ghana is het vooral wachten op een grotere omvang van de aandelenmarkt, maar die komt er zonder twijfel op termijn. De olievondsten kunnen wel eens heel positief uitpakken, ook voor niet-oliegerelateerde bedrijven.’

Ook Angola dat al vergelijkbare olieproductiecijfers laat zien als Nigeria, houdt Mango in het vizier. Het land zal een dezer dagen een aandelenbeurs openen. ‘Daarmee gaan we zeker aan de slag, ook al is het in dit soort landen wel oppassen,’ zegt Wesseling. ‘Tien jaar terug woedde in Angola nog een burgeroorlog. Het land is ondanks de olierijkdom in veel opzichten nog onderontwikkeld en er heerst nog een cowboymentaliteit. De potentie is echter enorm. Je ziet werkloze Portugezen er nu zelfs terugkeren om een graantje mee te pikken. Dat is de omgedraaide wereld. ’

Informatie uit Afrika

Wesseling komt naar eigen zeggen nauwelijks informatie tekort om goede fundamentele analyses op potentiële beleggingsbestemmingen los te kunnen laten. Hij zag de informatiestromen vanuit Afrika in vijf jaar enorm toenemen. ‘Bedrijven, organisaties en instellingen rapporteren nu steeds frequenter. De belangrijkste informatie komt via ons netwerk in Afrika tot ons. Dan gaat het om partners bij lokale banken of aandelenbrokers, en Afrika-desken van Zuid-Afrikaanse banken. Daarnaast baseren we ons op onze eigen observaties. We reizen veevuldig naar Afrika om bedrijven te bezoeken en met analisten te praten.’

Ook vergelijkende lijstjes die de transparantie, het gemak van zakendoen of de markttoegang in Afrikaanse landen meten, nemen Wesseling en zijn collega Marise Blom mee. Evenals het algemene politieke nieuws. Wesseling:  ‘De politieke situatie blijft vooralsnog een erg belangrijke factor bij investeren in Afrikaanse landen. Dat is nu eenmaal zo in emerging markets en helemaal in frontier markets. Zoals gezegd is de algehele trend in Afrika positief. De meeste dictaturen hebben plaatsgemaakt voor democratische gekozen regimes met veel beter economisch beleid. Maar er zijn natuurlijk uitzonderingen en het blijft vaak ook onvoorspelbaar. Als je me een paar weken terug had gevraagd wat het meest stabiele land van Afrika was, had ik bij wijze van spreken Tunesië kunnen zeggen. Zo snel kan het omslaan.’

Groeiplannen

Nu het fonds weer de weg naar boven heeft gevonden, hoopt Wesseling dit jaar weer uit te kunnen breiden. Mango Capital is op zoek naar een derde vaste medewerker en wil het vermogen in beheer (nu  28 miljoen euro) laten groeien. De meeste klanten zijn particulieren die het leuk vinden om in een nog niet ontdekte markt te beleggen. Maar een lagere minimuminleg zit er niet in. ‘We kunnen in bepaalde gevallen naar 50 duizend zakken, maar verder niet,’ aldus Wesseling.
Hij denkt dat de Afrika-expertise bij het fonds afgelopen jaren enorm is toegenomen. ‘Het hoofddoel is om die expertise komende jaren verder uit te bouwen. We zijn ervan overtuigd dat het geduld van onze klanten uiteindelijk beloond zal worden.’

De website van Mango Capital Fund