EMERGING AFRICA

The Last Frontier

Sunday, Dec 17th

Angola

Angola heeft zich economisch gezien razendsnel hersteld van de verwoestende burgeroorolog die het land tot 2002 27 jaar in haar greep hield. De oude kolonie van Portugal toonde tot voor kort jaarlijks groeicijfers van meer dan 10 procent en is inmiddels de derde economie van sub-Sahara Afrika met een verwacht BBP van 86 miljard in 2010. De groei is vrijwel volledig te danken aan de door de overheid gecontroleerde oliesector die kon profiteren van de stijgende olieprijzen en -productie en verantwoordelijk is voor vijftig procent van het BBP, negentig procent van de export en 80 procent van de overheidsinkomsten. Sinds kort steekt Angola zelfs Nigeria naar de kroon als grootste olieproducent van Afrika. De economische groei betekent niet dat Angola zich volledig heeft hersteld van de burgeroorlog. Ondanks verbeteringen en hervormingen leeft de meerderheid van de bevolking nog steeds in armoede, ligt de infrastructuur nog grotendeels in puin en is het land zowel economisch als politiek nog niet goed georganiseerd. De olie-inkomsten kwamen hierdoor nauwelijks aan de bevolking en rest van de economie ten goede maar verdwenen naar verluidt in de zakken van enkelen. De rijkdom is eigenlijk alleen terug te zien in de hoofdstad Luanda dat een van de duurste plekken ter wereld werd.

De economische potentie van de Portugese kolonie van weleer is er niet minder om en buitenlandse investeerders, met name uit de VS, China, Brazilië, Zuid-Afrika en Portugal, hebben het land al gevonden. Dat leidt bijvoorbeeld tot grootschalige infrastrastructuurverbeteringen, veelal uitgevoerd met behulp van Chinese investeerders in ruil voor exclusieve oliecontracten. Zaken doen in Angola blijft door de enorme bureaucratie vooralsnog lastig en moet volgens insiders goed worden voorbereid. Het vinden van een goede lokale partner is bijna een must. Op de ranglijst van het Doing Business Report van de Wereldbank blijft het land ondanks hervormingen vooralsnog in de onderste regionen hangen. Angola behoort volgens andere ranglijsten nog steeds ook tot de meest corrupte landen ter wereld.

Cijfers: IMF

Geschiedenis Angola

Eind vijftiende eeuw zetten de Portugezen voet aan wal in wat nu Angola heet. Al snel daarop werd de slavenhandel naar Brazilië de belangrijkste activiteit. In de negentiende eeuw werd Angola officieel een kolonie van Portugal dat vanaf 1928 onder Salazar de emigratie van boeren en ondernemers naar ‘Portugees West Afrika’ enorm stimuleerde. Angola werd mede op die wijze een voorname exporteur van landbouwproducten, waaronder koffie en bananen. 
In 1975 droeg Portugal de macht over aan de bevrijdingsbeweging MPLA die een volksrepubliek met slechts één toegestane partij uitriep. Tegelijkertijd vormde de concurrerende verzetsbeweging UNITA een tegenregering die de steun kreeg van Zuid-Afrika. Dat laatste land viel het land binnen om UNITA te helpen en de door Cuba en Sowjet Unie gesteunde MPLA van de troon te stoten. Nadat Zuid-Afrika zich in 1988 terugtrok bleef de burgeroorlog tot 2002 het land teisteren. 
In 2008 vonden de eerste verkiezingen plaats. De MPLA kreeg daarbij meer dan 80 procent van de stemmen. Inmiddels zijn er een aantal politieke oppositiepartijen in het land actief en lijkt de weg naar een democratie ingeslagen. Ook de veiligheidssituatie is door de vrede in de meeste delen van het land sterk verbeterd, de criminaliteit is laag. Alleen in de provincie/enclave Cabinda is nog een kleine rebellenbeweging actief die naar onafhankelijkheid streeft. Begin 2010 liet een splintergroepering hiervan voor het laatst van zich horen toen Angola de Africa Cup of Nations organiseerde en rebellen met mitrailleurs het vuur op de spelersbus van het voetbalteam van Togo openden.

Economie Angola

De economie van Angola groeide van het einde van de burgeroorlog in 2002 tot 2008 jaarlijks met meer dan tien procent, vooral dankzij de stijgende olieproductie en –prijzen. In 2009 kwam de groei door de finaniciële crisis en lagere olieprijzen echter vrijwel tot stilstand. Maar zoals zoveel emerging markets liet het land in 2010 alweer een groei van meer dan vijf procent zien. Wat meespeelt is dat het economische beleid van Angola aanzienlijk is verbeterd en er in de financiële sector grote hervormingen zijn doorgevoerd. De kasstromen zijn duidelijker geworden. De Centrale Bank slaagde erin de inflatie redelijk te beteugelen. Een groot probleem blijft dat de kapitaalstromen van de staatsbedrijven niet transparant zijn. Corruptie en beperkte institutionele capaciteit belemmeren veelal de implementatie van nieuw economisch beleid. De onderhandelingen met het IMF en de Wereldbank verlopen daarom moeizaam. De Chinese Eximbank lijkt de rol van die laatste grotendeels te hebben overgenomen. Die bank verstrekte het land een paar jaar terug een miljardenlening om de infrastructuur op te lappen. In mei 2010 kreeg het land voor het eerst een rating van Moody’s die het land in de B+/B1 categorie inschaalde, gelijk met Ghana en Nigeria.

Investeren in Angola

De overheid hecht steeds meer belang aan het aantrekken van buitenlandse investeringen en heeft de afgelopen jaren stappen ondernomen om het investeringsklimaat te verbeteren. Zo poogt men de hoge investeringskosten voor bedrijven te verlagen onder meer door de infrastructuur en elektriciteitsvoorzieningen te verbeteren. Nieuwe wetgeving moet het verkrijgen van rechten voor grond transparanter te maken. Door toetreding van nieuwe spelers op de financiële markt wordt de toegang tot financiële diensten zoals microfinanciering makkelijker. Ook probeert de overheid de bureaucratie aan de grens terug te dringen. Nog veel plannen moeten echter nog worden uitgevoerd. Zo moet het gehele belastingstelsel worden herzien en de administratie van douaneprocedures worden gemoderniseerd.
Buitenlandse investeerders zijn uiteraard veelal actief in de olie-industrie. De VS is waarschijnlijk nog altijd de grootste investeerder in het land maar krijgt steeds meer concurrentie van China dat in ruil voor olie in de infrastructuur investeert. Ook Portugese, Braziliaanse en Zuid-Afrikaanse bedrijven timmeren aan de weg door joint ventures met Angolese bedrijven of de Angolese overheid aan te gaan. Andere sectoren dan de oliesector worden steeds belangrijker. Te denken valt aan de financiële sector, de retail-, bouw-, energie- en telecomsector.

Oliesector Angola

Zoals gezegd is de oliesector verantwoordelijk voor het leeuwendeel van alle exportinkomsten van Angola. Eind jaren vijftig kwam in Angola de olieproductie op gang nadat bij de enclave Cabinda een olieveld was ontdekt. In 1973 was de exportopbrengst van olie al groter dan die van koffie, voorheen het belangrijkste exportproduct. In 1976 richtte de overheid de Sociedada Nacional de Combustiveis de Angola, op. De nationale oliemaatschappij staat nu bekend als Sonangol en heeft een aandelenbelang in alle olievelden die sindsdien vooral voor de kust zijn ontdekt. Het staatsbedrijf werkt daarbij samen met internationale oliemaatschappijen zoals Chevron, Total, ExxonMobil, ENI en BP. Het gaat vooral om offshore projecten waarbij de olie rechtstreeks via tankers wordt geëxporteerd, vooral naar de VS en China voor welk land Angola inmiddels de voornaamste olieproducent is. De aardgasindustrie is nog weinig ontwikkeld, maar een grote LNG terminal is in aanbouw en zal begin 2012 in bedrijf gaan. Angola zou over zo’n  9,5 triljoen kubieke meter (Tcf) aardgasreserves beschikken. Verder mikt Angola niet langer op grote kapitaalintensieve olieveldprojecten maar probeert het land via kleinschalige aanlandige projecten meer variantie in de oliecontractenportofolio aan te brengen.
De EVD ziet voor Nederlandse bedrijven nog altijd kansen in de Angolese olie-en gassector. De voorlichtingsdienst van Economische Zaken wijst erop dat Angola voor het onderhoud en de modernisering van raffinaderijen en installaties afhankelijk is van de import.  Nederlandse bedrijven zouden Angola kunnen voorzien van montoren, pompen, ventielen, compressoren, meet- en regeltechniek, brandbeveiliging, kleppen en afsluiters, kabels, transformatoren en generatoren.

Landbouw Angola

Hoewel de economie drijft op de oliesector, vinden de meeste Angolezen nog altijd hun werk in de zelfvoorzienende landbouw. Dat verloopt ondanks de vruchtbare grond uiterst moeizaam. De burgeroorlog had een verwoestende uitwerking op de landbouwgronden, onder meer doordat ze bezaaid zijn met landmijnen. Was Angola voor 1975 nog een exporteur van landbouwproducten, waaronder koffie, bananen en sisal, door de verwoestende uitwerking van de burgeroorlog moest het land al snel veel voedsel importeren. Sinds het einde van de oorlog worden gepoogd om de exportgerichte landbouw uit het slop te halen. Koffie wordt inmiddels op kleine schaal weer geëxporteerd. Andere belangrijke landbouwgewassen zijn suikerriet,  maniok , graan, sisal, katoen, tabak en bananen. In havensteden is de visserij een belangrijke inkomstenbron. In het savannegebied wordt vee, in het bijzonder rundvee, schapen, geiten en varkens, gefokt. Voor voedingsmiddelen blijft Angola echter grotendeels afhankelijk van dure import, met name uit Zuid-Afrika en Portugal. De overheid wil via investeringen in de landbouwsector minder afhankelijk worden van de import.

Retail Angola

De eerste internationale retailers hebben hun deuren in Luanda geopend. Entree op de markt geschiedt doorgaans via joint ventures met Angolese partijen, waaronder de overheid. Zo ging het Braziliaanse Construtora Odebrecht een joint venture aan met de overheid om 31 supermarkten te openen. De EVD ziet kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven als het gaat om investeringen in supermarkten en de toelevering van voedingsmiddelen.

Mijnbouw Angola

Naast olie en gas beschikt Angola over grote hoeveelheden hoogwaardige edelstenen. Het land is de vijfde diamantproducent in de wereld en de derde in Afrika. Nog niet de helft van het diamantrijke gebied is geëxploreerd wat veel mogelijkheden biedt aan buitenlandse investeerders. Die laatsten deinsen echter terug voor de corruptie, mensenrechtenschendingen en smokkel in de Angolese mijnbouwsector. Men spreekt in dat verband ook wel van bloeddiamanten. Een ander probleem is dat buitenlandse investeerders slechts 40 procent aandeel mogen hebben in een mijnbouwproject.
Angola beschikt over veel andere grondstoffen. Onder meer, koper, ijzererts, mangaan, fosfaten, goud, veldspaat, lood, zink, bauxiet en uranium kan of wordt er gewonnen. Sinds een paar jaar worden bijvoorbeeld de ijzerertsmijnen die voorheen Europa van ijzer voorzagen, weer opgelapt.

Toerisme Angola

Angola heeft met de fraaie kust en natuur toeristische potentie. Vooralsnog kampt het land echter met een groot tekort aan hotels, waardoor de bezettingsgraad enorm hoog is en de kamerprijzen peperduur. Veel hotels moeten nieuw gebouwd of gerestaureerd worden. De overheid is inmiddels actief betrokken om de toeristische infrastructuur te verbeteren. Nieuwe en gerestaureerde luxe-hotels schieten de laatste jaren uit de grond. De Africa Cup die het land begin 2010 organiseerde diende als katalysator. Voor het voetbalevenement kwam de bouw van nieuwe stadions, vliegvelden, horeca en campings in een stroomversnelling. De ontwikkeling van de lange kuststrook (met een lengte van 1.600 km) en het opzetten van nieuwe faciliteiten voor sportvissen en safarireizen in het nationale park Kissama, zouden volgens de EVD kansen bieden voor Nederlandse ondernemers.
Het ministerie van Hotels en Toerisme, ook wel MINHOTUR genoemd, heeft het instituut voor Toerisme opgezet om investeringen in deze sector aan te trekken en te stimuleren.

Financiële sector Angola

De financiële sector in Angola ontwikkelde zich de afgelopen jaren razendsnel, mede dankzij grote hervormingen, de komst van nieuwe spelers op de markt en de toegenomen investeringen uit- en handel met het buitenland. Eind 2010 of begin 2011 opent het land een aandelenbeurs. Het marktpotentieel is enorm en vanuit het buitenland is er veel interesse voor een bankvergunning om toegang te krijgen tot de Angolese markt. Om te bankieren in Angola is volgens de EVD een goede kennis van het financiële systeem vereist. Nederlandse bedrijven kunnen gebruik maken van Angolese banken, maar voor buitenlandse bedrijven gelden bijzondere regels waarop gelet moet worden.

Infrastructuur en bouwsector Angola

De wederopbouw van Angola is in volle gang. Spoorlijnen, wegen, ziekenhuizen, bruggen, dammen en vliegvelden worden weer hersteld en opgeknapt. Buitenlandse investeerders helpen mee.  Zo werd met behulp van Chinese investeringen het internationale vliegveld in Luanda opgeknapt. Inmiddels heeft het land ook een aantal nieuwe projecten uitgestippeld waaronder een noord-zuidspoorlijn en een aantal nieuw havens. Chinese, Portugese en Braziliaanse bedrijven tonen veel interesse in deze laatste werkzaamheden. Maar hier liggen volgens de EVD ook kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Om het toerisme te stimuleren zijn enorme commerciële onroerendgoedprojecten van start gegaan. Het ministerie van Verstedelijking en Milieu investeert de komende jaren bovendien in de bouw van 200.000 huizen.

Voor businesskansen en tradeleads in Angola klik hier

Bronnen: EVD, Business Report, Wikipedia, World Bank, Tradeinvest Africa, CIA factbook