EMERGING AFRICA

The Last Frontier

Sunday, Dec 17th

NABC: 'Opkomst Afrika niet langer negeren'

Bob van der Bijl is managing director van de Netherlands-African Business Council (NABC), dé netwerkorganisatie die Nederlandse bedrijven op weg helpt in Afrika. Volgens hem speelt het Nederlands bedrijfsleven nog te weinig in op de economische groei en gunstige ontwikkelingen op het continent.  ‘Afrikanen hebben twee keer zo veel koopkracht dan uit de statistieken is te halen.’

Onlangs kwam uit IMF-onderzoek naar voren dat het persoonlijk inkomen in Ghana gemiddeld twee keer hoger ligt dan voorheen ingeschat. Voor Bob van der Bijl, managing director van NABC, was dat nauwelijks een verrassing.  Dat Afrikanen meer te besteden hebben dan algemeen bekend, had hij op zijn reizen naar Afrika al geconstateerd. ‘Als je alleen al naar de persoonlijke uitgaven aan mobiele telefonie in Afrikaanse landen kijkt, kun je concluderen dat Afrikanen meer koopkracht hebben dan de officiële statistieken ons willen doen geloven,’ vertelt hij. ‘En die statistieken geven al aan dat sinds eind jaren negentig de economie in de meeste Afrikaanse landen met 5 tot 10 procent groeit. Afrika was ook het continent dat het best bestendig bleek voor de kredietcrisis. Dat heeft het vertrouwen binnen en buiten Afrika veel goed gedaan. We denken dan ook dat dit een erg goed instapmoment is.’

Het 65 jarige NABC kan Nederlandse bedrijven daarbij helpen.De organisatie koppelt leden niet alleen aan andere Nederlandse bedrijven die al ervaring hebben met zaken doen in Afrika maar ook aan betrouwbare gespreks- en zakenpartners in Afrikaanse landen zelf. Daartoe organiseert NABC onder meer  handelsmissies vanuit en naar Afrikaanse landen. Volgens Van der Bijl staan Nederlandse bedrijven echter nog niet in de rij om de stap naar het donkere continent te maken. ‘De interesse neemt zeker toe,’ vertelt hij. ‘Ons ledental is afgelopen paar jaar flink gestegen en een aantal Nederlandse bedrijven timmert momenteel flink aan de weg op het continent. Maar de Nederlandse investeringen in Afrika blijven duidelijk achter bij die vanuit China, India of Brazilië. Er is in Nederland veel terughoudendheid. En dat heeft mijn inziens vooral met de traditioneel negatieve perceptie op Afrika te maken.’

Negatieve perceptie

NABC merkt dat bijvoorbeeld  als het een handelsmissie naar landen als Oeganda of Ghana organiseert. ‘Dat zijn landen met een sterk verbeterd ondernemings- en investeringsklimaat waar zeer interessante ontwikkelingen gaande zijn en grote kansen liggen voor het Nederlands bedrijfsleven. Desondanks kost het ons veel moeite om zulke missies vol te krijgen. Uiteindelijk dragen dergelijke missies echter steevast sterk bij aan het imago van de bezochte landen. Angola is bijvoorbeeld na drie missies in de afgelopen jaren veel meer in trek bij het Nederlandse bedrijfsleven.’

Het doorbreken van de negatieve perceptie is dan ook een van de speerpunten van NABC. Met lede ogen ziet de organisatie nog steeds aan hoeveel de Nederlandse overheid besteedt aan subsidiëring van NGO’s die er juist bij zijn gebaat om op de problemen in Afrika te blijven hameren. ‘We denken in Nederland nog veel te veel in problemen en te weinig in kansen als het om Afrika gaat,’ verklaart Van der Bijl. ‘Men is zo gewend geraakt om negatief te zijn dat positieve ontwikkelingen simpelweg niet of nauwelijks aan bod komen. En dat terwijl er nu in in Afrika duidelijk een positieve trend zichtbaar is met veel landen die sterk groeien, volop investeren in de eigen economie en politiek en macro-economisch veel stabieler zijn dan voorheen.  Dat heeft tot een sterk verbeterd ondernemings- en investeringsklimaat en groot optimisme onder de nieuwe generatie Afrikaanse ondernemers geleid. Het continent heeft het in zich om de komende tien jaar aansluiting te vinden bij de wereldeconomie. Investeringen uit westerse landen zijn daartoe cruciaal.’

Economische steunpunten

Van der Bijl acht het dan ook tijd voor herbezinning en een mentale ommezwaai.  Die zou onder meer tot uitdrukking moeten komen in Nederlandse overheidssteun voor Nederlandse bedrijven die in Afrika investeren.  NABC juicht de aangekondigde koerswijziging van Buitenlandse Zaken richting economische diplomatie in ieder geval toe. Van der Bijl houdt echter nog een slag om de arm. ‘Het is nog wachten op de concrete invulling,’ verklaart hij. ‘Wij zouden bijvoorbeeld graag meer economische steunpunten voor Nederlandse bedrijven in Afrika willen zien. Wij zijn niet in waarom die er in Brazilië en China wel in groten getale zijn maar nog helemaal niet in veelbelovende landen als Ghana of Nigeria. Daarnaast hebben wij aan staatssecretaris Knapen voorgesteld om financiële instrumenten gericht op marktontwikkeling voor Afrika beschikbaar te stellen met een apart budget. Het blijft vreemd dat een groot deel van het ontwikkelingsgeld naar NGO’s gaat en niet naar de productieve sectoren. NABC krijgt vanuit de OS-begroting geen enkele structurele ondersteuning, terwijl onze activiteiten eigenlijk perfect passen in de doelstellingen van dit kabinet. Zowel in termen van ontwikkelingssamenwerking als in termen van economische diplomatie. NABC draait om het stimuleren van activiteiten met wederzijds belang, hetgeen ook in het kabinetsbeleid tot uitdrukking komt.’

Groei Ghana

Hoe dan ook, Van der Bijl verwacht dat de interesse van Nederlandse bedrijven voor ondernemen in Afrika komende jaren flink zal toenemen. Hij vergelijkt de huidige situatie van Afrika met die van Brazilië 20 jaar geleden. ‘Als je destijds in dat laatste land had geïnvesteerd, zou je er nu natuurlijk goed bij zitten,’ zegt hij. ‘De groei in Afrika is afgelopen decennium duidelijk naar een hoger niveau gebracht. Dit wordt naar mijn verwachting het decennium dat de motor echt gaat draaien en Afrika in de wereldeconomie wordt opgenomen. Dat is een ontwikkeling die je als internationaal georiënteerd bedrijf of investeerder niet wil missen.’
Hij wijst onder meer op Ghana  waar onlangs de exploratie van grote olievelden op gang is gekomen en de economie dit jaar naar verwachting met 13 procent groeit, zo’n acht procent meer dan in voorgaande jaren. ‘Er is daar nu grote vraag naar infrastrutuurprojecten die Nederlandse bedrijven directe kansen biedt. Maar ook indirect ontstaan er door deze ontwikkelingen mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven, want de economische groei leidt zonder twijfel tot een grotere middenklasse en meer consumptie.’

Oost-Afrika

Ook in Oost-Afrika ziet Van der Bijl goede kansen, mede door de snelle ontwikkeling van de East African Community. De economische integratie van landen als Kenia, Oeganda, Rwanda en Tanzania leidt tot grote interregionale infrastructuurprojecten, betere exportvooruitzichten, economische groei en meer consumptie. Van der Bijl: ‘Naast de in Afrika traditioneel sterke mijnbouw liggen er voor Nederlandse bedrijven in steeds meer sectoren goede mogelijkheden. Ik denk dan aan de bouw en infrastuctuur, de tuinbouw, consumptiegoederen, retail, transport en logistiek.’

Private Equity

Dat er in Afrika geld te verdienen valt, wordt volgens Van der Bijl bewezen door de snel toenemende interesse van private equity partijen. ‘Er gebeurt nu op dat gebied erg veel,’ vertelt hij. ‘Werden investeringen tot drie jaar terug nog vooral gedreven door idealistische motieven, tegenwoordig  investeren private equity partijen er puur omdat er veel hogere rendementen dan in de ontwikkelde wereld te behalen zijn. Afrikaanse bedrijven groeien snel en zien veelal  binnen vijf jaar hun omzet verdubbelen. Dan gaat het bijvoorbeeld om financiële instellingen, telecombedrijven, ICT-bedrijven en agrarische ondernemingen die zwaar profiteren van de stijgende voedselprijzen.

Democratiseringsproces

Het mooie van de ontwikkelingen in Afrika is volgens Van der Bijl dat een bloeiend lokaal bedrijfsleven voor steeds meer tegendruk kan zorgen richting autoritaire en corrupte overheden. ‘Des te beter bedrijven floreren, des te meer tegendruk,’ zegt hij. ‘Ook de sociale media spelen hier een belangrijke rol in. Afrikanen hebben geen enkele moeite om met nieuwe technologie om te gaan. De snelle ontwikkeling van sociale media draagt er toe bij dat Afrikanen zich niet langer voor de gek laten houden door de machthebbers. Er komt zo meer druk van onderaf op het gezag. Kortom meer democratie.’

Best practises

Een en ander heeft ook gevolgen voor hoe Nederlandse bedrijven in Afrika kunnen opereren.  Moesten bedrijven voorheen vrijwel altijd eerst bij de overheid aankloppen om zaken in een land te kunnen doen, nu is dat lang niet altijd meer het geval. Van der Bijl: ‘Veel Nederlandse bedrijven weten eigenlijk vaak niet zo goed hoe ze het in een Afrikaans land moeten aanpakken. Moet je je dan bij de lokale overheid melden, met een agent werken of juist een Joint Venture aangaan? Voor alle landen bestaan hiervoor uiteenlopende best practises. Daarop hebben wij een goed overzicht.’

Onderzoek

NABC heeft wat dat betreft hoge verwachtingen van een onderzoek dat het in samenwerking met de Erasmus Universiteit en consultancybureau Berenschot uitvoert naar de verrichtingen van Nederlandse bedrijven in Afrika. Ook wordt onderzocht  wat Nederlandse bedrijven die er nog niet zitten, ervan weerhoudt om in Afrika zaken te doen. Van der Bijl: ‘Wij verwachten dat hieruit zeer nuttige en baanbrekende informatie naar voren gaat komen. Informatie die mogelijk heel wat  Nederlandse bedrijven over de streep zal helpen.’

Tekst: Klaas Deknatel