EMERGING AFRICA

The Last Frontier

Sunday, Dec 17th

Pioniers scoren met Zuid-Afrikaans fruit

 

Twee Nederlanders begonnen dertien jaar geleden vanuit Zuid-Afrika fruit te exporteren, eerst naar Nederland, later wereldwijd. Inmiddels investeren de pioniers van SAFE op grote schaal in landbouwgronden in het zuiden van Afrika.

In april 1997 vertrokken Anton de Vries en Erwin Bouland naar Zuid-Afrika. De twee jonge ondernemers uit Dordrecht en Barendrecht hadden een tip gekregen dat eind dat jaar de handelsmarkt voor fruit zou worden vrijgegeven. In die tijd werd de fruitexport nog centraal geregeld en was de markt nauwelijks toegankelijk voor buitenstaanders. “We kenden hier niemand en hadden eigenlijk ook helemaal geen ervaring,” vertelt De Vries in zijn kantoor in Kaapstad. Toch lukte het de twee Nederlanders om een vergunning te bemachtigen. “Twee containers druiven, dat was de eerste hoeveelheid die we mochten exporteren.”
Met hun vergunning in de hand klopten ze aan bij een boer met de vraag of hij ze die druiven kon leveren. De boer stemde toe, mede omdat de Nederlanders snel konden betalen. “Wij betaalden vijftig procent van de verwachte opbrengst binnen twee dagen en de andere helft binnen tien weken. Hier was het normaal dat de boeren minstens tien maanden op hun geld moesten wachten.”
Het bedrijf van de Nederlanders kende een vliegende start, want kort daarop wisten ze ook een vergunning binnen te halen voor bijna 200.000 dozen sinaasappelen. “In die eerste zeven maanden hadden we een omzet van 4 miljoen dollar.”
Toen niet lang daarna de markt werd vrijgegeven en er meer kapers op de kust verschenen, had SAFE, het bedrijf van De Vries en Bouland, zich al in de kijker gespeeld bij de lokale fruitboeren. Het tweede jaar wist het bedrijf zijn omzet te vertienvoudigen naar veertig miljoen dollar.

Hoewel de zaken goed gingen, was er voor de lange termijn reden voor zorg. Het tweetal merkte dat supermarkten steeds vaker rechtstreeks met de boerderijen zaken wilden doen en dat boeren zelf gingen exporteren. “We begrepen dat we betrokken moesten raken bij de productie,” zegt De Vries. Vanaf 2000 begon het bedrijf daarom te investeren in boerderijen en landbouwgronden in Zuid-Afrika en Namibië.
Daarvoor richtten de Nederlanders samen met het voormalig parlementslid Evans Malokisa Nevondo het bedrijf Bono Holdings op. Het bedrijf revitaliseert landbouwgronden en leidt de lokale zwarte gemeenschap op om het land te bewerken. Daarmee ondersteunt het de Black Economic Empowerment-politiek (BEE) van de Zuid-Afrikaanse regering. Die heeft per wet vastgesteld dat een kwart van de aandelen van bedrijven en een derde van de landbouwgronden in handen van zwarte eigenaars moet komen, om zo de zwarte bevolking meer bij het economisch proces te betrekken.

In de landbouw heeft dat tot problemen geleid. “Van de vijf miljoen hectare grond die is overgegaan van blanke naar zwarte boeren, is de helft verloren gegaan,” zegt De Vries. “De nieuwe eigenaren kun je dat eigenlijk nauwelijks kwalijk nemen omdat ze de know how niet hebben en geen cash flow om te produceren. Gelukkig heeft de regering dit nu ook ingezien.”
Door toedoen van Bono Holdings heeft 2500 hectare grond inmiddels weer een goede bestemming gekregen. “Wij gaan met de lokale bevolking een joint venture aan, leiden personeel op, investeren in machines en zorgen dat er een gezondheidskliniek komt.” Het fruit dat op de eigen boerderijen wordt verbouwd, wordt geleverd aan het eigen exportbedrijf SAFE.
Sinds 2005 ontvangt het op Mauritius gevestigde bedrijf ook steun van de FMO, een Nederlandse investeringsbank die het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden financiert. “Daardoor hebben wij enorm kunnen groeien,” zegt De Vries. “In 1997 exporteerden we nog alles naar Nederland, nu zitten we voornamelijk in het Midden-Oosten - Irak is een enorme groeimarkt -  in China, Rusland en in Duitsland, waar we leveren aan supermarkten als Lidl en Kaufland.” De geschatte omzet voor dit jaar bedraagt tussen de 70 en 80 miljoen euro.
“Zuid-Afrika heeft een hele goede naam op het gebied van fruit. Kwalitatief is het beter dan wat uit andere landen op het zuidelijk halfrond komt. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt hier heel goed gemonitord. En de kwaliteitscontrole is hier bovendien enorm streng, wat alleen maar goed is, want supermarkten worden steeds kritischer.”

In de dertien jaar dat hij in Zuid-Afrika woont, is De Vries niet echt veel Nederlandse ondernemers tegengekomen. “Ja, er zijn hier nogal wat Nederlanders met een guesthouse, maar geen mensen die op grote schaal bezig zijn. Zo gemakkelijk is ondernemen in Zuid-Afrika ook weer niet. Anders zou iedereen het wel gaan doen. Je moet hier acht keer aan de deur kloppen om iets te bereiken. De zakencultuur is anders dan in Nederland. Veel beloftes worden niet meteen nagekomen, daar moet je tegen kunnen.” Voor hem hebben die dertien jaar heel goed uitgepakt. “Maar het begin was makkelijker dan het consolideren. Je hebt hier echt doorzettingsvermogen nodig.”
Toch heeft hij het land ook vooruit zien gaan. “In 1997 zijn we zeven keer naar een bank geweest om een bankrekening te mogen openen. Dus niet omdat we geld wilden lenen, maar omdat we geld wilden storten. Zeven keer werden we weggestuurd. Als je het nu doet, is het binnen no time geregeld.”
En al is Zuid-Afrika geen Nederland, het is hier prima zaken doen. Hij deelt het sombere beeld dat velen in Europa van het land hebben dan ook niet. In het beleid van de huidige regering heeft hij alle vertrouwen, zegt hij. Hij ziet het als een positief teken, dat een van de beoogde doelen van de Black Economic Empowerment-wet, waarbij een derde van de landbouwgronden in handen moet komen van zwarte eigenaars, is uitgesteld tot 2025. “Momenteel is het nog geen tien procent. Maar de regering ziet ook wel dat het proces te snel gaat. Het betekent dat ze kiezen voor een realistische aanpak en het niet willen forceren. Nu onze werkwijze succesvol blijkt, zal hij ongetwijfeld navolging krijgen. Er zijn nog maar weinig bedrijven op deze manier actief, ik denk wijzelf en nog drie, vier anderen. Dat gaat in de toekomst  veranderen."

“Een bankencrisis hebben wij hier ook niet gehad. De regering kwam eerder dan in de rest van de wereld met een Krediet Act, omdat ze wel zagen dat er te gemakkelijk kredieten werden afgegeven. Een jaar voordat de kredietcrisis uitbrak, kwamen ze in Zuid-Afrika al met een nieuwe wet. Daardoor is er niet een Zuid-Afrikaanse bank in grote problemen gekomen.
“De regering voert hier een strikt financieel beleid. Nu is de rente op geldleningen zo'n acht procent. Maar ik heb ook 15 procent meegemaakt en drie jaar geleden was hij 16%. Dat is alleen maar goed voor het land. Maar voor ons, qua export, mag de rand wel wat zakken. Als we tien rand voor een dollar en dertien of veertien voor een euro krijgen dan ben ik al blij.”