EMERGING AFRICA

The Last Frontier

Sunday, Jan 21st

Ghana wordt olieland

Op 1 december 2010 passeert Ghana een mijlpaal in haar geschiedenis als de productie uit het olieveld Jubilee op zestig kilometer buiten de kust van start gaat. De olie- en gasvoorraden die hier de afgelopen jaren zijn gevonden, gaan de Ghanese staat naar verwachting miljarden dollars per jaar opleveren. Niet iedereen ziet de toekomst als olieland echter vol vertrouwen tegemoet. De vrees bestaat dat de nieuwe olierijkdom politieke onrust in de hand werkt in het relatief stabiele Ghana.

Ghana geldt al jaren als een van de stabielere landen in West-Afrika. De regeringen worden democratisch gekozen en het inkomen per hoofd van de bevolking ligt gemiddeld een stuk hoger dan in de omringende landen. Het land leeft onder meer van de cacao, de handel en goud. Maar aan dit rijtje kunnen binnenkort olie en gas worden toegevoegd. In 2004 ontdekten de Amerikaanse oliemaatschappijen Kosmos Energy en Tullow Oil 60 kilometer buiten de kust olie- en gasvelden. Proefboringen wezen daarna uit dat het om een enorme voorraad van meer dan een miljard vaten gaat, het grootste off shore olieveld dat sinds jaren voor de West-Afrikaanse kust is ontdekt. Op 1 december 2010 start de productie officieel. Men gaat aanvankelijk uit van 120 duizend vaten per dag. Maar deze productie zal naar verwachting snel toenemen. De Ghanese directeur Oliewinning gaat uit van 1 miljoen vaten per dag binnen 5-6 jaar. Op die wijze kan Ghana tot de derde olieproducent in de regio uitgroeien na Nigeria en Angola. De overheidsinkomsten uit olie en gas zouden binnen vijf jaar tot meer dan 3 miljard dollar kunnen stijgen, al gauw een kwart van de begroting.

De Ghanese regering beweert dat iedere Ghanees zal profiteren van de extra inkomsten van miljoenen euro’s per dag. De Ghanese gezagsdragers zouden willen voorkomen wat er in andere Afrikaanse landen met de olie-inkomsten is gebeurd. Gedoeld wordt op landen zoals Nigeria en Angola waar olie vooral politieke onrust, geweld en corruptie in de hand werkte en de inkomsten van het staatsoliebedrijf nauwelijks hun weg richting de bevolking vonden.

Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat Ghanese overheidsdienaars beter bestand zijn tegen de verleiding om oliedollars in de eigen zak te steken. Sceptici vrezen dat de olie-inkomsten een uitnodiging zullen zijn om de politiek in te gaan en geld te stelen, het staatsapparaat inefficiënt te houden en verkiezingsfraude mogelijk te maken.
Helemaal uit de lucht gegrepen is die vrees niet. De transpantie over de afspraken tussen Ghana en de oliemaatschappijen, zoals Kosmos, was vooralsnog ver te zoeken. Ook lokaal heeft de komst van oliemaatschappijen tot onrust geleid. Dorpen rond de centrale haven voor de oliewinning zouden al ruzie maken over de toekomstige afdracht door de overheid van oliegeld. Jongeren zouden zelfs dreigen met harde actie en geweld als er geen banen voor hen komen, zo was in een reportage van Rudolf ten Hoedt voor het blad Internationale Samenwerking te lezen.
Inmiddels is nieuwe wetgeving in de maak die ervoor moet zorgen dat de olie-inkomsten een goede bestemming krijgen. Er wordt onder meer naar het Noorse model gekeken waarbij de olie-opbrengsten in een fonds terechtkomen en uiteindelijk aan de bouw van scholen, ziekenhuizen, wegen en microkredieten kunnen worden besteed.

In Internationale Samenwerking toonde de Nederlandse ambassadeur ter plaatse, Lidi Remmelzwaal, zich desondanks licht bezorgd. 'Ghana kan een midden-inkomensland worden, zoals Vietnam of Kaapverdië. Om zover te komen, moet de overheid wel verder gaan met hervormen. Er zijn nog steeds veel inefficiënte staatsbedrijven die diep in de schulden zitten en geprivatiseerd moeten worden. Het is onzeker of er voldoende druk blijft bestaan om die zaken aan te pakken als de inkomsten uit olie zoveel hoger uitvallen dan we aanvankelijk dachten.'  Remmelzwaal denkt wel dat de oliedollars de focus van de Nederlandse ontwikkelingshulp zullen verleggen. 'Het geld uit ontwikkelingssamenwerking wordt minder belangrijk. Er komt meer behoefte aan kennis en expertise, onder meer op het gebied van water. De Nederlandse band met Ghana is breder dan hulp alleen. Er is ook veel commerciële interactie.'

 

Foto: Berend Bosman